Besmettelijke paardenziekten

Hoe goed je ook voor je paard zorgt, je kunt niet altijd voorkomen dat je dier besmettelijke paardenziekten oploopt. Sommige ziekten verspreiden zich via besmette materialen zoals emmers, hekken en de stalwanden. Andere via kleine druppeltjes door de lucht. In dit artikel vertellen we wat de meest voorkomende besmettelijke paardenziekten zijn, hoe je paard ze oploopt en wat je kunt doen om ze te voorkomen. 

Besmettelijke paardenziekten

Er zijn veel verschillende soorten besmettelijke paardenziekten. We hebben de meest voorkomende op een rij gezet.

Droes 

De bacterie Streptococcus equi veroorzaakt droes: een zeer besmettelijke ziekte die voor ontstekingen in de voorste luchtwegen zorgt. Deze ‘droesbacterie’ is een gevreesde bacterie onder paardeneigenaren en stalhouders. Je paard raakt besmet door direct contact tussen paarden onderling, of via materialen zoals emmers, trailers, hekwerk en waterbakken. Een paard met droes moet direct geïsoleerd worden van andere paarden. Daarnaast moeten besmette materialen gedesinfecteerd worden.

Wanneer een paard besmet is met droes levert dit verdikte, ontstoken lymfeklieren in de keel en hals op (droesbulten). Het paard heeft koorts, witte neusuitvloeiing, slikt moeizaam en stopt vaak met eten. Wanneer de ontstekingen openbreken zie je op deze plaatsen een etterige uitvloeiing in de huid en vacht. Hierna gaat het dier langzaam genezen.

Paarden met droes kunnen erg ziek zijn en wanneer er complicaties optreden kan het dier zelfs sterven. Je kunt niet voorkomen dat je paard droes oploopt. Wel kan je voorkomen dat de besmettingen uitbreiden als je weet dat er droes heerst. 

Equine Influenza (paardengriep) 

Paardeninfluenza, of paardengriep is een ernstige infectie van de luchtwegen. Het wordt, net als de griep bij mensen, veroorzaakt door steeds muterende virussen. Deze virussen verspreiden zich via het neusslijmvlies of via vochtdeeltjes in de lucht. Het gevolg is een erg ziek paard. De luchtwegen raken ontstoken, het paard wil niet meer eten en krijgt hoge koorts, een waterige snotneus en een droge hoest. Deze klachten houden gemiddeld één tot twee weken aan. Dieren met een lage afweer krijgen er soms nog een bacteriële infectie bij. Het snot wordt dan dikker en geler en de droge hoest verandert in een rochelende hoest. Wanneer dit gebeurt is het dier langer ziek en kan het er chronische (hoest)klachten aan overhouden.

Vaccinatie 

Veel besmettelijke paardenziekten kunnen moeilijk voorkomen worden. Bij influenza is dit niet zo. Je kunt je paard tegen influenza beschermen door middel van een jaarlijkse vaccinatie. Wanneer je start met deze vaccinaties is het belangrijk dat je dier een goede basisbescherming opbouwt. Dit doe je door het toedienen van een basisvaccinatie. Eén tot twee maanden later krijgt het paard een tweede vaccinatie, de booster. De derde vaccinatie geef je dan binnen zes maanden na de eerste. Zo is een goede basisbescherming aangelegd, waarna jaarlijks vaccineren voldoende is.

Omdat een gevaccineerd paard zelf niet meer ziek wordt maar de ziekte nog wel kan overdragen, is het raadzaam alle paarden op stal te vaccineren. Hoe hoger de vaccinatiegraad, hoe minder kans op een uitbraak en hoe milder de ziekte verloopt. Voor paarden die uitkomen bij wedstrijden is de vaccinatie verplicht. 

 

Tip:

Op de website van paardengriep kan je zien waar er momenteel mogelijk een uitbraak is van griep, droes of rhino. Tevens kan je je aanmelden voor een alert, zodat je op de hoogte blijft.

Rhinopneumonie 

Er zijn nog jaarlijks uitbraken van rhinopneumonie onder de paarden in Nederland. Dit virus wordt veroorzaakt door het equine herpesvirus (EHV).

Er zijn verschillende vormen van rhino te onderscheiden: 

  • Het virus kan op de luchtwegen van je paard slaan en verkoudheidsklachten geven. Deze vorm wordt vooral bij jonge paarden gezien. Eenmaal de ziekte doorlopen zijn oudere paarden ongevoelig voor het virus.
  • Bij drachtige merries kan het rhinovirus een abortus veroorzaken. Dit is onder de fokkers een zeer gevreesde aandoening omdat drachtige merries elkaar onderling kunnen besmetten.
  • De laatste variant komt niet vaak voor, maar is wel de hevigste vorm van rhinopneumonie. Deze vorm tast het zenuwstelsel van paarden aan waardoor het paard dronken gaat lopen en spierverslappingen heeft. De overlevingskansen van een paard met dit type zijn niet heel groot.

Lees hier meer over rhinopneumonie bij paarden.

Ringworm (huidschimmel) 

Ringworm is een andere naam voor huidschimmel. Deze schimmel kan door kleine wondjes de huid van je paard binnendringen. In het najaar en in de winter gedijt ringworm goed vanwege de hoge luchtvochtigheid. Vooral op plaatsen waar het zadel en hoofdstel zitten ontstaan sneller zweetplekken en wondjes: de ideale plek voor schimmel. Hierna kan het zich over het hele lichaam verspreiden.

Een schimmelinfectie is een erg besmettelijke paardenziekte. Verspreiding loopt via paarden onderling, of via besmette materialen. Vooral jonge paarden en dieren met een verminderde afweer zijn vatbaar. Na besmetting ontstaat er een ronde dikte in de huid. Vaak vallen hier de haren uit en is soms een ronde, rode ring te zien. Ook mensen kunnen deze huidschimmel krijgen. Wil je van de ringworm af zal je je paard moeten wassen met een middel tegen schimmel. Ook het tuig, de stal en alles waarmee je paard mee in aanraking is geweest moet je met een schimmeldodend middel wassen. Omdat schimmelsporen lang actief blijven, dien je het wassen elke vier dagen te herhalen, gedurende enkele weken.

 

Zoek je meer informatie over besmettelijke ziekten bij paarden? Of twijfel je aan de gezondheid van je paard? Raadpleeg dan je dierenarts! Je kunt er hier een bij je in de buurt vinden.