Lintworm en vossenlintworm bij honden

Een lintwormbesmetting bij de hond wordt vaak over het hoofd gezien, omdat de symptomen niet altijd duidelijk zijn. Deze parasiet kan uiteindelijk wel een meter lang worden en is niet gevaarlijk, maar ook niet goed voor de gezondheid van je hond. De vossenlintworm is een kleinere worm die wél gevaarlijk is voor mens en dier. Lees hier alles over deze parasiet bij honden.

Vossenlintworm

Een lintworminfectie is besmettelijk voor andere dieren maar ook voor mensen. Kinderen kunnen een lintwormbesmetting oplopen doordat ze per ongeluk een eitje in hun mond krijgen.

  • De vossenlintworm is een andere soort lintworm, die erg gevaarlijk kan zijn voor zowel de hond als voor de mens.

Wat is een lintworm?

De hondenlintworm is een parasitaire, witte platworm, bestaand uit een kop met daar achter een sliert van segmenten, gevuld met eieren. Hij leeft in de dunne darm waar hij zich vastbijt aan de wand en zich voedt met het eten wat je hond binnen krijgt. De segmenten laten los wanneer de eieren rijp zijn. Een los segment kruipt richting de anus van je hond en komt dan naar buiten.

Hoe raakt mijn hond besmet?

De hondenlintworm heeft altijd een tussengastheer nodig. Dit kan een vlo zijn maar ook een ander dier zoals bijvoorbeeld een muis, konijn, schaap, rund, varken, paard of mens. Via deze tussengastheer ontwikkelen de larven van de lintworm zich tot een blaasworm, die zich in het lichaam van de tussengastheer schuilhoudt. Een hond die deze blaasworm binnen krijgt, zal na een poosje een lintworminfectie hebben. De hond is dus de eindgastheer van de lintworm en de cyclus begint weer opnieuw.

Verschillende tussengastheren

Er zijn dus verschillende tussengastheren mogelijk in de cyclus van de lintworm.

  • Een vlo eet de eieren van de lintworm op en is op deze manier een tussengastheer. Heeft je hond een vlooieninfectie, dan kan hij dus door het oplikken van een besmette vlo een lintworminfectie erbij krijgen. Heb je ook een kat in huis? Behandel deze dan meteen ook tegen vlooien.
  • Een ander dier, zoals een muis, konijn, schaap enzovoorts, kan eieren van de lintworm opnemen die in het milieu zijn gekomen door besmette ontlasting. De blaasworm doorboort na inname de darmwand van de tussengastheer en nestelt zich in de organen. Wanneer je hond rauw vlees eet van een tussengastheer, kan hij een lintworminfectie oplopen.
  • Tot slot kan de mens tussengastheer worden door te tuinieren, een hond met een lintworminfectie te knuffelen, of door het eten van rauw besmet vlees. Denk hierbij aan filet américain, tartaar of biefstuk. De hond kan in dit geval niet besmet worden met de lintworm.

Symptomen van een lintwormbesmetting

In het begin merk je niets van een lintwormbesmetting bij je hond. De segmenten van de lintworm die de hond verlaten, kan je zien in de ontlasting of rond de anus. Soms bewegen de segmenten nog, na een poosje drogen ze op en lijken ze op rijstkorrels. Wanneer de lintworm langere tijd aanwezig is zal de hond vermageren, extra honger krijgen en een jeukend achterste hebben. Soms wordt diarree of buikpijn gezien.

Behandeling

Wanneer er door de dierenarts een lintworminfectie bij je hond is vastgesteld, is het toedienen van een ontwormingsmiddel voldoende. Let op dat het middel werkzaam is tegen de lintworm (Dipylidium canium). Ook is gelijktijdig behandelen tegen vlooien noodzakelijk, omdat vlooien de grootste oorzaak zijn van een lintwormbesmetting.

Lintworm voorkomen

Hoe kan je voorkomen dat je hond een lintworminfectie oploopt?

  • Ontworm je hond en kat met een middel tegen lintworm. Twee keer per jaar is voldoende, dieren die veel buiten komen of met prooidieren in aanraking komen moeten vaker ontwormd worden. Het is niet zo dat je hond hierdoor beschermd is, maar een aanwezige (en niet opgemerkte) worminfectie wordt hierdoor wel gedood.
  • Behandel je hond en kat elke maand tegen vlooien, ook tijdens de wintermaanden.
  • Pas op met het voeren van vers vlees aan je hond. Vries rauw vlees altijd eerst in of kook het alvorens te voeren.

Vossenlintworm

De vossenlintworm is een lintworm die als eindgastheer de vos heeft. In tegenstelling tot de hondenlintworm is de vossenlintworm wel gevaarlijk voor hond en mens. Het is een zoönose, wat betekent dat de besmetting overdraagbaar is op de mens. De mens is in dit geval de tussengastheer van de lintworm en dit brengt de nodige gevaren met zich mee (zie behandeling).

Besmetting

Doordat de lintwormeitjes via de besmette vos in het milieu terecht komen, worden deze opgenomen door knaagdieren. Zij zijn de tussengastheer en er ontwikkelt zich een blaasworm in de organen. Wanneer een andere vos dit knaagdier op eet, is hij ook besmet en zo is de cyclus rond. Mensen kunnen ook tussengastheer van de vossenlintworm zijn. Door bijvoorbeeld het eten van bramen of bosbessen kan een mens een lintwormeitje binnen krijgen. Maar ook vlees uit Oost-Europa wat niet goed verhit is kan de blaasworm van de vossenlintworm bevatten. De beruchte blaasworm ontwikkelt zich dan in een van de organen en richt hier de nodige schade aan.

Een hond of kat kan ook als tussengastheer dienen, doordat ze bijvoorbeeld een besmette muis vangen of knagen aan een karkas in het bos. In dit geval is de eigenaar van deze hond of kat ook in gevaar.

Behandeling

Een besmetting met de vossenlintworm kan bij de mens fataal aflopen. Behandeling komt vaak te laat omdat de besmetting pas na 5 tot 15 jaar opgemerkt wordt. De klachten zijn vaag en uiteenlopend, maar vaak wordt buikpijn, kortademigheid en geelzucht gezien. Ben je met je hond naar bosrijk gebied geweest in België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Tsjechië, Polen of de Baltische Staten? Ontworm je hond dan bij thuiskomst twee dagen achter elkaar met een ontwormmiddel tegen lintwormen. Meld het bij je dierenarts dat je naar een van deze landen gaat of bent geweest met je hond. In het geval van de vossenlintworm geldt dus: voorkomen is beter dan genezen.

Vossenlintworm voorkomen

De vossenlintworm komt niet alleen voor in Midden- en Oost Europa, maar ook in Zuid-Limburg en Oost-Groningen. Houd deze regels in acht om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden:

  1. Ontworm je hond en kat regelmatig met een middel tegen lintworm. Twee keer per jaar is voldoende, dieren die veel buiten komen of met prooidieren in aanraking komen moeten vaker ontwormd worden. Het is niet zo dat je hond hierdoor beschermd is, maar een aanwezige (en niet opgemerkte) worminfectie wordt hierdoor wel gedood.
  2. Eet wilde bosvruchten alleen als ze goed gewassen zijn, of gekookt.
  3. Raak een dode vos nooit aan en houd ook je hond erbij uit de buurt. Ook bij uitwerpselen die in bosrijke gebieden liggen.
  4. Pas op met het voeren van vers vlees aan je hond. Vries rauw vlees altijd eerst in of kook het alvorens te voeren.

Wil je meer weten over het behandelen of voorkomen van lintworm of vossenlintworm bij je hond? Neem dan contact op met je dierenarts. Hij of zij kan je er alles over vertellen.